Marius de Jongere
Rotterdamse havenschilder
Echtheid (Koop geen valse De Jongere!)


In de loop der jaren ben ik bij mijn onderzoeken naar de werken van Marius Drulman ook een aantal valse werken tegengekomen. Meestal waren het opzichtig slechte imitaties, maar er waren ook exemplaren bij waar de fraudeurs geraffineerd te werk waren gegaan.
Denk niet dat alleen particulieren zich een nepper voor een echte De Jongere laten verkopen. De afgelopen jaren stelde ik vast dat bij drie kunsthandels en drie veilinghuizen (waaronder één met een grote reputatie) valse De Jongere-schilderijen werden aangeboden.
Wie als eigenaar of verkoper achteraf geconfronteerd wordt met een nepper voelt zich vaak gekwetst of er is gene, angst voor gezichts- of reputatieverlies en bijna altijd financiële schade.

Hoe kan je nu voorkomen dat je een valse De Jongere koopt?

Een echte De Jongere heeft een aantal kenmerken. Als je die weet kan je ze als checkpunten gebruiken om te voorkomen dat je een valse koopt. Hieronder worden 7 kenmerken genoemd. Afzonderlijk geven ze geen waterdichte garantie (er zijn altijd uitzonderingsgevallen), maar bij elkaar verkleinen ze de kans tot een minimum dat u een valse De Jongere koopt. Veel kenmerken gelden voor zowel olieverfschilderijen als aquarellen. 

  • Kijk naar de snijranden van het doek en kopspijkertjes.
Marius de Jongere spande zijn eigen doeken op vanaf een rol. Dat betekent dat hij het linnen zelf met een mes afsneed, waardoor de uiteinden enigszins onregelmatig zijn. In ieder geval anders dan de strak recht gesneden doeken van machinaal fabrieksmatig opgespannen doeken. Marius zette zijn doeken vast met kopspijkertjes, vastgeniete doeken zijn dus in dit geval een indicatie voor een vals werk. Een uitzondering hierop kunnen doeken zijn die in de zestiger jaren opgerold (ja, ja) zijn verscheept voor verkoop, bijvoorbeeld in Amerika. Daar heeft men soms de gewoonte het linnen aan het spieraam te plakken in plaats van te spijkeren.
  • Kijk of achterop het doek een handgeschreven tekst van Marius met zijn handtekening staat.
Marius de Jongere had er bij leven ook al last van dat zijn werk werkt nagemaakt en zelfs onder zijn naam werd verkocht. Hij bedacht in de vijftiger jaren daarvoor een oplossing door bij de grotere werken soms achterop het doek met stift of krijt een handgeschreven omschrijving van de voorstelling samen met zijn handtekening te vermelden.

 
 
   
  • Vergelijk uw schilderij met een overeenkomstig werk uit het boek op stijl, techniek en details.
Gebruik afbeeldingen uit het boek om de schilderijen van De Jongere in hun tijdsperiode te leren herkennen en “lezen”. Zoek afbeeldingen in het boek die lijken op het schilderij dat u overweegt aan te schaffen. Vergelijk de kwaliteit van de afgebeelde schepen, de luchten en het water (golven, reflectie) en vergelijk ook technische aspecten als verfstreek en hoogwit (bij boeggolven en reflectie) en aanwezigheid van details als katrollen aan de masten en tuiages bij de schepen.
  • Let op de blokletter N in de signatuur.
Op het eerste gezicht lijkt de signatuur van De Jongere eenvoudig na te maken. Toch gaan vervalsers daarbij gemakkelijk in de fout.
Bij zijn doeken en aquarellen gebruikte Marius de Jongere losse schrijfletters in zijn signatuur, met uitzondering van de blokletter N. Staat in de signatuur dus een schrijfletter ‘n’ dan kijkt u naar een vervalsing.

  • Let op gelijkmatigheid in de letters en zelfverzekerdheid in de signatuur.
Marius de Jongere heeft decennia lang ongeveer dezelfde signatuur gehad van gelijkmatig gepositioneerde losse letters met een eenvoudige (enigszins schoolse) uitstraling. Na honderden keren was een strakke signatuur ontstaan met een vlotte verticale lijnen bij de hoofdletters M en J en de stok van de letters g. Vervalste signaturen missen bijna altijd die vlotheid en krachtigheid.
  • Let op of het aantal stippen in de signatuur correct is.
Er zijn twee periodes waarin Marius de Jongere twee stippen in zijn signatuur gebruikte: M.de.Jongere. De eerste periode van 1937-1942 betreft dus vooroorlogs werk, de tweede periode van 1945-1955 betreft na-oorlogs werk. In vervalst werk uit die periodes staat vaak maar één stip, wat de vervalsing ontmaskert.
  • Bij aquarellen: let op de witte gouacherand
Marius had de gewoonte zijn aquarellen af te werken met een witte gouacherand van een halve tot ongeveer een centimeter. Een belangrijk kenmerk. Bedenk wel dat deze rand bij een werk achter glas niet altijd zichtbaar zal zijn vanwege de lijst of het passepartout.
   




Welkom op de site over Marius de JongereOver Marius DrulmanBoek over Marius de JongereExpertise en dienstenContact